De 6 magische G's

Om gedrag dat je laat zien en bijbehorende emoties te leren begrijpen kun je gebruik maken van de 6 magische G's.

Zoals ik eerder verteld heb zijn er 3 soorten van jou. De emotionele jij, de nuchtere jij en de balans jij. Je kunt de magische 6 G's gebruiken om erachter te komen als welke "jij" je hebt gereageerd in een situatie. Dit helpt je om je eigen reactie beter te begrijpen en geeft je de

mogelijkheid het de volgende keer anders te doen. Waarom zijn deze 6 G's magisch? Omdat je met 6 kleine lettertjes jezelf, je emoties, je gevoel en je gedrag beter kunt leren begrijpen, magisch toch?

De uitleg van de 6 magische G's staat hieronder, het werkblad kun je hiernaast downloaden. 

 

1. Gebeurtenis

Wat is er precies gebeurd? Schrijf precies op in welke situatie je hebt gezeten. Laat hierbij het gevoel en oordeel los. Schrijf alleen op wat er feitelijk gebeurde. Bijvoorbeeld: "Ik liep de trap af naar buiten, mijn klasgenootje viel op de grond. Mijn klasgenootje riep: "Kijk uit stomme loser" Ik riep: "Kom dan, ik sla je helemaal kapot". Mijn klasgenootje liep op mij af, ik stompte mijn klasgenootje met mijn vuist. Mijn klasgenootje schopte mij tegen mijn been. De juf kwam en zei: Jij naar de klas en jij naar gang! Ik liep naar de klas. 

 

2. Gedachte

Wat dacht je in deze situatie? Welke gedachte kwamen er allemaal in je op? Laat hierbij het gevoel nog niet zien. Schrijf alleen op wat jij dacht op dat moment. Bijvoorbeeld: Ik dacht: "Wat heb ik nu weer gedaan" "Ik liet je helemaal niet struikelen" "Waarom ben ik nu weer een loser" "Ik pak je wel" "Ze pesten me nu weer"

 

3. Gevoel

Wat voelde je in deze situatie? Nu schrijf je precies op welke gevoelens je had, welke emoties er in je op kwamen, hoe voelde je je over jezelf en over de ander? Bijvoorbeeld: "Ik voelde me verdrietig, ik voelde me boos"  "Ik voelde me gekwetst" "Ik voelde me gepest"

 

4. Gedrag wat ik wilde laten zien

Wat wilde je in eerste instantie doen? Wat was je eerste ingeving?

Bijvoorbeeld: "Ik wilde mijn klasgenootje uitschelden" "Ik wilde mijn klasgenootje van de trap duwen" "Ik wilde mijn klasgenootje slaan"

 

5. Gedrag dat ik liet zien

Wat heb je uiteindelijk gedaan? Welk gedrag heb je uiteindelijk laten zien.

Bijvoorbeeld: "Ik bedreigde mijn klasgenootje, door te zeggen: "Ik sla je kapot".  Ik was agressief naar mijn klasgenootje, ik gaf hem een stomp met mijn vuist. 

 

6. Gevolg

Wat zijn de gevolgen van jouw gedrag in deze situatie? Schrijf op wat het gevolg voor jezelf is op korte termijn en lange termijn? Schrijf ook op wat het gevolg van jouw gedrag is voor de ander op korte termijn en lange termijn?

Bijvoorbeeld: Gevolg voor mijzelf op korte termijn: Ik krijg straf, omdat ik mijn klasgenootje een stomp met mijn vuist heb gegeven. Lange termijn: Ik voel mij vervelend en mijn klasgenootje zal me niet aardig vinden, ik voel me vervelend over mijn eigen gedrag. 

Gevolg voor de ander op korte termijn: Mijn klasgenootje heeft pijn, doordat ik hem geslagen hebt. Lange termijn: Mijn klasgenootje is boos en zal mij voor langere tijd niet aardig vinden. 

Hoe heb ik gereageerd en wat kan ik de volgende keer anders doen.

Beschrijf vanuit welke jij je gereageerd hebt. De emotionele jij, de nuchtere jij of de balans jij? Schrijf daarbij op wat je de volgende keer anders moet doen, of juist hetzelfde, om vanuit de balans jij te kunnen reageren. 

 

 

De 6 magische G's
PDF – 719.6 KB 163 downloads